Wijkcentrale

09 oktober 2020 - Innovatie

Het Energy Innovation Lab: stuwende kracht achter de energietransitie van KPN

Het Energy Innovation Lab is een onderdeel van KPN waar, zoals de naam al doet vermoeden, energie gerelateerde innovaties worden onderzocht en getest. Vanuit Amersfoort storten de jonge duurzaamheidadviseurs Jelle-Eric de Vries (30) en Silvana Lefel (29) zich sinds begin 2019 op de uitdagingen die de Nederlandse energietransitie met zich meebrengt voor het netwerk.

Als grootste telecomprovider van Nederland verbruikt KPN veel stroom. Zonder stroom is er immers geen netwerk en zonder netwerk kan KPN mensen niet met elkaar verbinden. Als het meest groene telecombedrijf van Nederland te blijven, investeert het bedrijf flink om nog verder te verduurzamen. Aan het Energy Innovation Lab de schone taak om te onderzoeken waar de kansen liggen om te verduurzamen. Hun eerste focus: de honderden wijkcentrales van KPN verspreid over het land.

Wijkcentrales verduurzamen
Ieder dorp of wijk heeft er wel één: een wijkcentrale van KPN. Deze vaak onopvallende gebouwen staan vol met apparatuur die er voor zorgen dat klanten in die wijk kunnen bellen, tv kunnen kijken, hun favoriete shows kunnen streamen en kunnen internetten. Een centrale in Amersfoort is door KPN aangewezen als proeftuin voor verduurzaming. Jelle-Eric de Vries en Silvana Lefel houden zich nu al ruim een jaar bezig met de vraag hoe ze deze wijkcentrales vanuit een duurzaamheidsperspectief kunnen verbeteren. “We begonnen met dit idee vanuit ons enthousiasme en interesse voor duurzaamheid”, vertelt de Vries. “KPN steunde ons hierin en doopte de centrale in Amersfoort om tot Energy Innovation Lab.”

Energieopslag en groene energie
Bij het verduurzamen van de wijkcentrales – die in afmetingen kunnen verschillen – wordt er door het Energy Innovation Lab gekeken naar verschillende manieren om zelf energie op te wekken en het energieverbruik flexibeler te maken zodat KPN de juiste – lees groene – stroom op het juiste moment kan inkopen. In april 2019 is er daarom begonnen met het plaatsen van 120 zonnepanelen op de testcentrale in Amersfoort. Ook onderzoekt het Lab hoe het de, deels zelf opgewekte en deels ingekochte energie op kan slaan in de aanwezige backup-batterijen in de centrales. “We testen of de batterijen kunnen inzetten voor de opslag van energieoverschotten zodat we ook op momenten dat de zon niet schijnt gebruik kunnen maken van groene stroom”, aldus Lefel.

De volgende stap is het verduurzamen van het koelsysteem van de apparatuur. “Te beginnen met het bekijken of de huidige systemen nog beter kunnen werken”, vertelt de Vries. “Staat de apparatuur bijvoorbeeld nog op de juiste plek om optimaal gekoeld te worden?” Vernieuwend is dat er gewerkt wordt met ‘smart cooling’. De Vries legt uit: “We gebruiken bijvoorbeeld weergegevens om te bepalen wanneer we het beste kunnen gaan koelen om op die manier wind- en zonne-energie zo veel mogelijk voor ons te laten werken” Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheid om de vrijgekomen warmte van de apparatuur om te zetten naar energie, zodat koelen niet of nauwelijks nog nodig zal zijn.

De energiebesparende oplossingen die in het Energy Innovation Lab worden getest zullen bij succes ook worden toegepast op de andere centrales van KPN.